Het plaatje bij God

Ja, het staat in de bijbel geschreven
dat God liefde is enzovoort.
Zo heb ik het gehoord
en is het me bijgebleven.

Die woorden staan wel in de Bijbel geschreven
er zijn alleen geen plaatjes bij.
Maar dat plaatje, dat zijn wij
al klinkt dat overdreven.

Wat ook in de Bijbel staat geschreven
maak er een beeldverhaal van
door waar het maar even kan
elkaar liefde te geven.

Als illustratie van wat daar staat geschreven
als schets van het beloofde land
als een foto in God krant
heb lief, heel je leven.

Karel Eykman

 

God

In de oudste lagen van mijn ziel,
waar hij van stenen is gemaakt,
bloeit als een gaaf, ontkleurd fossiel
de stenen bloem van uw gelaat.

Ik kan mij niet van u bevrijden,
er bloeit niets in mijn steen dan gij.
De oude weelden zijn voorbij
maar niets kan mij meer van u scheiden.

M. Vasalis

 

Ghandi over God

Ik heb geen bijzondere openbaring van Gods wil.
Het is mijn vaste overtuiging
dat Hij zich dagelijks aan ieder mens openbaart.
Maar wij sluiten onze oren voor die stille stem.

Er bestaat een oneindige, geheimzinnige kracht, die alles doordringt.
Ik voel hem, al zie ik hem niet.
Het is deze ongeziene Kracht,
die zich voelbaar maakt en toch alle bewijzen te boven gaat
omdat hij zo weinig lijkt op alles wat ik met mijn zintuigen waarneem.
Het gaat de zintuigen te boven
maar tot op zekere hoogte is het mogelijk het bestaan van God te beredeneren.

Als we in God geloven,
niet alleen met ons verstand, maar met ons gehele wezen,
zullen wij de ganse mensheid liefhebben,
onafhankelijk van ras of godsdienst, klasse of nationaliteit.
Wij zullen werken voor de eenheid van het mensdom.

Liefde is de sterkste kracht, die de wereld bezit
en toch is het de nederigste die men zich denken kan.
Niemand kan daadwerkelijk geweldloos zijn
zonder in opstand te komen tegen sociale onrechtvaardigheid.

De uitbuiting van de armen
kan niet uit de weg geruimd worden
door de vernietiging van een paar miljonairs,
maar door de onwetendheid van de armen op te heffen
en hen te leren dat zij niet samen moeten werken met hun uitbuiters.
Dat zal de uitbuiters ook bekeren.
Ik heb zelfs aan de hand gedaan
dat het er tenslotte toe leiden zal dat zij deelgenoten op gelijke voet worden.
Het kapitaal op zichzelf is niet iets slechts;
het is het verkeerde gebruik ervan dat slecht is.
In de een of andere vorm zullen wij altijd kapitaal nodig hebben.”

Uitspraken van Mahatma Gandhi

 

God

Er is een macht die ja zegt
het ja dat alles schiep
licht uit het duister riep
ook ons de adem gaf

de ja-wil van de liefde
broedvogel van bewaring
die nog de kleinste goedheid
het aarzelendste worden
met warm geduld behoedt
tot al het harde zacht is
het leven heel zal zijn

Inge Lievaart

 

Waar woont God?

Rabbi Menachem-Mendel van Kotzk houdt een van
zijn volgelingen tegen en vraagt:
“Weet je waar God woont”
en als de ondervraagde stomverbaasd stilstaat,
vervolgt hij:
“Ik zal het je vertellen:
God woont daar waar hij wordt binnengelaten.”

Uit Elie Wiesel, Vuur in de duisternis, Bilthoven 1972, pag.218

 

Waar zijn wij?

We zijn geneigd in het Westen
om het evangelie samen te vatten
met het woord ‘liefde’.
Maar dan een liefde die van één kant komt,
die niet vanzelfsprekend wederkerig is.
Er wordt gezegd: God houdt van je.
Wees niet bang, God beschermt je,
God maakt je nieuw.
Maar liefde kun je toch alleen maar
ervaren in wederkerigheid, en in vrijheid.
Dat hoor ik eigenlijk niet.
Wanneer hoor je nou
dat mensen naar God verlangen,
God willen beschermen
of God nieuw maken?
Of zoiets zeggen als:
U hoeft geen angst te hebben,
wíj willen met U verder,
wíj geven het niet op!

Dorothee Sölle

 

Gebed

Laat heb ik u lief gekregen,
o schoonheid, zo oud en zo nieuw,
laat heb ik u lief gekregen!
En gij waart binnen en ik was buiten,
en daar zocht ik u,
en ik rende, wanstaltig als ik was,
op de schone dingen af die door u gemaakt zijn.
Gij waart bij mij en ik niet bij u.
Ik werd ver van u gehouden door dingen
die niet bestaan zouden hebben,
als ze niet in u bestaan hadden.
Geroepen hebt gij, geschreeuwd
en mijn doofheid doorbroken;
gestraald hebt gij, geschitterd
en mijn blindheid verjaagd;
gegeurd hebt gij en ik heb ingeademd
en snak nu naar u;
geproefd heb ik
en nu honger ik en dorst ik;
aangeraakt hebt gij mij
en ik ben ontvlamd naar uw vrede.

Augustinus (354 – 430)
in zijn Belijdenissen.

Print Friendly, PDF & Email