De brug

Geen vloek bliksemt neer van het kruis –
hoor, uit zijn pijn
schenkt Hij woorden van zegen:
Vader vergeef het hun
want zij weten niet
wat zij doen –
over de kloof
tussen de Heilige
en onze verkeerdheid
spant hij de brug van zijn gebed
legt Hij zichzelf
pad van verzoening –
Hij roept om voeten:
ik ben de weg

Inge Lievaart

 

De kunst van het doodgaan

Als het zover is – zal ik dan eindelijk
weten wat dat is, doodgaan
jezelf verlaten en weten
dat je nooit meer terugkeert
soms wanneer ik het koraal hoor
“Nun komm’ der Heiden Heiland”
doorstroomt mij een vermoeden van
onontkoombaar verlies –
maar wat geeft het
bij het zien van een uitzicht over bergen
een verte die verdwijnt in zichzelf
kan ik worden bevangen door een huiver
voor de eenzaamheid die mij wacht –
maar wat geeft het
er is wel eens zo’n avond dat over het gras
in de tuin het mooiste licht strijkt
dat er is: laat licht
en dat ik denk: dit was het dus
en het komt nooit meer terug-
maar wat geeft het
ik hoop dat dit het is want ik ben bang
dat het anders zal zijn

Rutger Kopland
(Uit de bundel: Een man in de tuin, 2004)

 

De soldaat die Jezus kruisigde

Wij sloegen hem aan ’t kruis. Zijn vingers grepen
wild om den spijker toen ‘k den hamer hief –
Maar hij zei zacht mijn naam en: ‘Heb mij lief -‘
En ’t groot geheim had ik voorgoed begrepen.

Ik wrong een lach weg dat mijn tanden knarsten,
en werd een gek die bloed van liefde vroeg:
Ik had hem lief – en sloeg en sloeg en sloeg
den spijker door zijn hand in ’t hout dat barstte.

Nu, als een dwaas, een spijker door mijn hand,
trek ik een visch – zijn naam, zijn monogram –
in ied’ren muur, in ied’ren balk of stam,
of in mijn borst of, hurkend, in het zand,

En antwoord als de menschen mij wat vragen:
‘Hij heeft een spijker door mijn hand geslagen.’

Martinus Nijhoff

Print Friendly, PDF & Email