Waar God zich heeft gebogen

Hier kent het hart geen hoogmoed meer:
wie buigt hier niet en knielt niet neer
waar God zich heeft gebogen
en mens werd, vingers, ogen
een hart, om diep in onze pijn
als nooit dichtbij te zijn.

Wie lacht hier niet – door tranen heen –
het boze hart, die harde steen,
wordt, door zijn liefde aangeraakt
weer zacht, weer menselijk gemaakt.

Inge Lievaart
Uit: Een kind met de ogen van God

 

Als het donker is op aarde

Als het donker is op aarde
geen plaats in de herberg
komt God aan het licht
in een menselijk gezicht

als het stil is in de stad
onrust de slaap wegneemt
sluipt Gods Geest binnen
om iets nieuws te beginnen
Kerstnacht

Kerstnacht – het woord is als een lafenis,
Een koele sneeuw, glanzend onder het zachte
Stralen der sterren – op blanke landen is
Het weerloos stil, een ongerept verwachten.

Kerstnacht – het eenzaam zwerven der gedachten
Rondom het oud verhaal, het nimmer uit te spreken
Verlangen naar het helder zingen in de nachten en
Het opgaan van een ster, een lichtend teken.

Kerstnacht – het sneeuwt op uw geschonden aarde,
Dun en verstuivend dekt een huivering
van ijle val, een lichte zuivering
Het vragen, dat wij ongestild bewaarden.

Ida Gerhardt

 

Na het feest

Wanneer het feest
van zingen en verheugen
over het goede nieuws
– de nieuwe mens
en op de aarde vrede –
voorbij is

en weer het slechte nieuws
van onveranderd leed
van oorlog en van onrecht
van niet te tellen doden
als spotte het daarmee
zwart op de voorgrond treedt –

zeg dan: “En toch en toch”
in weer en weer herhalen –
een kleine zwakke tegenspraak
maar sterker dan de antimacht
want door God zelf bevestigd
als amen: dat het waar is

Inge Lievaart

 

Geheim

Te groot is dit geheim
geen mens kan erbij
niemand kan het vatten
dat God die de schepper is
een mens wilde zijn
geboren worden
ademhalen
leven met stervenspijn
onze pijn
die van weggedwaalden

geen mens kan erbij
niemand kan het vatten
maar voorgoed staat het ingebrand:
God wenkt met een mensenhand:
kom, mens, kom bij Mij

Inge Lievaart

 

Kerstmis

God,
Gij komt niet
uit de hemel vallen,
niet van achter
de wolken vandaan –

Gij zijt als liefde;
enkel te ervaren;
Gij zijt als lijden:
alleen te aanvaarden;
Gij zijt als vreugde:
slechts te beleven.

Gij schuilt
in het hart
van wie goed doen;
Gij zit
wijzen en deemoedigen
in het bloed;
zo zijt Gij
in Jezus Christus
man van Nazaret
kind van Bethlehem
openbaar geworden
onder ons.

God, zij dank,
amen.

Peer Verhoeven.
Uit: Vrede in het veld, Gooi en Sticht, 1990

 

Geen kerstcantate

Niet alleen in het holst
van de nacht van het jaar,
iedere dag van het jaar
heeft het licht het koud.

Het vraagt
om geen engelenstemmen,
het hongert naar
een beetje gerechtigheid
aan deze kant van de tijd

En dromen doet het ook niet van
eeuwig hemelse zomers
in en om het vaderhuis,
het hunkert naar

aardse dagen ooit
zonder marteling en moord,
het licht dat van puur licht
kind is en woord.

Hans Andreus
Uit: Het overige werk, Bert Bakker, 199

 

Nieuwjaar

De tijd ligt voor ons:
lang of kort
niemand weet.

Wat wordt de tijd, ons toegemeten?
Jagen en vlinderen achter alles aan,
met van alles mee?
Of leven in U met alle zoet en zuur.

Wat worden de dagen ons gegeven?
Verloren in de slommer van alledag,
ten onder gaan in wat ons overkomt?
Of rusten in U, hoe dan ook,
vertrouwen op U in lief en leed.

U God bid ik:
blijf de volle smaak van ons bestaan,
altijd open horizon van onze tijd:
Gij de Eeuwige die met ons gaat.
Amen

Peer Verhoeven

 

Winter

In de stilte spreekt Gods woord.
In de nacht ontsteekt Zij licht.
Als alles dood schijnt, komt het leven.
Laat ons waken tot het licht opkomt.
en laat ons bidden.

Laat ons al wat verkild is
genezen met tederheid.
Laat ons hopen
ook tegen beter weten in.
En laat ons bidden.

Laat ons stiller leven.
Er is rijkdom in het verzaken.
Wat afsterft is bron van leven.
Laat ons bidden.

In alles bent U: God met ons.
In licht, in duisternis,
in leven, in dood.
Met U gaan wij de dag tegemoet.

Naar Frans Cromphout

 

Winter

Wanneer ik zie
hoe in de lente
alles zich opent
en tooit als nieuw,

wanneer ik zie
hoe in de herfst
alles afvalt en
stil in slaap raakt,

wanneer ik zie
hoe in de winter
dor en dood
maar schijn zijn,

dan krijgt U, mijn God,
gezicht voor mij.
U die bent bij mij,
U die blijft met mij.
Amen.

Peer Verhoeven

 

De laatste dagen

De laatste dagen
en de laatste vragen
van het geleden jaar
staan voor de deur,
de bomen kouder
en de dromen ouder
maar de verwachting
nog vol gloed en kleur
want wij geloven:
het licht van boven
is niet te doven
stelt niet teleur
voor alle vragen
van alle dagen
achter de einder
achter de deur.

Anton van Wilderode (1918-1998)
Uit: Op hoop van vrede

 

Winter

je ziet weer de bomen
door het bos, en dit licht
is geen licht maar inzicht:
er is niets nieuws
zonder de zon.

en toch is ook de nacht niet
uitzichtloos, zo lang er sneeuw ligt
is het nooit volledig duister, nee,
er is de klaarte van een soort geloof
dat het nooit helemaal donker wordt.
zo lang er sneeuw is, is er hoop.

Herman de Coninck
Uit: Zolang er sneeuw ligt. Brugge, Orion. 1975

Print Friendly, PDF & Email