In mijn werk als pastor heb ik regelmatig gebruik gemaakt van het Evangelie van Maria Magdalena. Vanuit die praktijk heb ik een moderne vertaling van dit evangelie gemaakt. Maar eerst geef ik nog een korte inleiding, die ik geschreven heb voor een speciale editie van het parochieblad.

Het evangelie naar Maria is eeuwenlang verborgen geweest. In de canon van het Nieuwe Testament werd het niet opgenomen. Binnen de officiële kerkgeschiedenis verdween het zelfs helemaal uit het gezichtsveld. Mede daardoor is te verklaren dat er slechts een deel van het evangelie bewaard is gebleven. Tien van de negentien pagina’s ontbreken.

Bij toeval zijn er in 1896 enkele fragmenten opgedoken in Cairo, Egypte. Aan de Duitse egyptoloog Reinhardt worden door een antiekhandelaar enkele papyrus-bladen te koop aangeboden. Ze zijn geschreven in de Koptische taal. De antiekhandelaar wil weinig vertellen over de herkomst van deze geschriften. De bladen worden overgebracht naar het Nationale Museum van Berlijn. In 1912 wil men de tekst uitgeven, maar door een overstroming in de drukkerij, gebeurt dat niet. Pas in 1955 wordt de tekst gepubliceerd.

In 1938 ontdekte men eveneens enkele verzen in een oude collectie van papyrusrollen, geschreven in het Grieks. Deze collectie komt uit Egypte. In 1945 werd in Egypte, bij de plaats Nag Hammadi, door een boer een kruik gevonden met wel 52 geschriften uit de eerste eeuw. Daarbij was ook een deel van het evangelie naar Maria. Dit werd in 1977 uitgegeven. Enkele fragmenten zijn dus in meerdere bronnen te vinden.

Waarschijnlijk is het evangelie naar Maria in de eerste helft van de tweede eeuw op schrift gesteld. Het evangelie moet dus van nog vroegere datum zijn. Geleerden gaan er van uit dat de geschreven tekst rond het jaar 100 opgesteld is. Dus in dezelfde tijd van het van het evangelie van Johannes. De oorspronkelijke tekst was waarschijnlijk in het Grieks gesteld.

De auteur van dit evangelie is Maria Magdalena, ook al spreekt de tekst zelf steeds over Maria en nooit over Maria Magdalena. De tekst (die overgeleverd is, vertelt van het conflict tussen Petrus en Maria. Over haar wordt gezegd dat zij de Verlosser meer liefhad dan de andere leerlingen. Uit vergelijkbare teksten weten we dat het in beide gevallen om de Maria gaat uit de handelsstad Magdala. Daarom moet het wel Maria uit Magdala zijn.

Het evangelie naar Maria beschrijft de ontgoocheling van de eerste christenen na de dood van Jezus. Maria Magdalena is een leerling die de groep inspireert. Op verzoek van Petrus vertelt zij haar herinneringen aan Jezus. Zij doet dat in de vorm van een visioen, waarin zij spreekt over duisternis, begeerte, onwetendheid en woede. Het grootste deel van dit visioen is echter verloren geraakt.

Maria waarschuwt de andere leerlingen om geen nieuwe wetten en regels op te stellen, maar te leven naar de boodschap van Jezus. Petrus en Andreas geloven haar echter niet. Petrus wil niet geloven dat de Verlosser dit aan Maria, een vrouw notabene, heeft medegedeeld. Hij vindt dat zij haar mond moet houden. Daarop begint Maria te huilen. Dan neemt Levi het voor haar op en spoort de andere leerlingen aan om Maria van Magdala te geloven. En om gezamenlijk het evangelie te verkondigen.

De inhoud van het evangelie komt overeen met andere bronnen die we uit de eerste tijd van de christenbeweging hebben. Deze teksten worden vaak aangeduid met het woord “gnostiek”. Zo wordt het conflict tussen Peterus en Maria Magdalena ook in de Pistis Sophia vermeld, waar Petrus Maria Magdalena beschuldigt dat zij niet naar hem wil luisteren.

Evangelie van Maria Magdalena

[Hier en daar geef ik in cursief schrift een korte toelichting. Gelukkig zijn er ook uitspraken die mysterieus blijven – De eerste bladen ontbreken. De tekst begint met de vraag: zal de wereld ooit vergaan, of niet?]

Hoofdstuk 4

(Blad 7) de materie dan, zal ze afgebroken worden of niet?
De Heiland zei: “Alles uit de natuur en alles wat gevormd en geschapen is, bestaan in en met elkaar en zullen weer tot ontbinding komen tot op hun eigen wortel, want de natuur van de materie komt tot ontbinding tot wat eigen is aan haar natuur alleen.
Wie oren heeft om te horen, die moge dit horen”.

Petrus zei tot hem: “Nu u ons alles hebt uitgelegd, vertel ons ook dit: wat is de zonde van de wereld?”
De Heiland zei: “Er bestaat geen zonde, maar jullie zijn het die de zonde doen, (15) wanneer jullie de dingen doen die overeenkomen met de natuur van het overspel, en dat wordt ‘de zonde’ genoemd. Daarom is de Goede in jullie midden gekomen tot de dingen van alle natuur – om haar terug te brengen tot haar wortel!”
Verder voegde Hij eraan toe: “Daarom worden jullie ziek en sterven jullie, omdat[…]”

(Blad 8) “Wie het kan verstaan, moge het verstaan. De materie heeft een lijden voortgebracht die geen verschijningsvorm heeft, omdat hij is voortgekomen uit een tegennatuur.
Dan ontstaat er verwarring in heel het lichaam. Daarom heb ik jullie gezegd: Wordt één van hart en leef zonder spanning, omdat jullie immers heel kunnen zijn tegenover alle verschijnings-vormen van de natuur.
Wie oren heeft om te horen, die moge dit horen.”
[Jezus spoort zijn volgelingen aan om één van hart te worden, heel, heilig. Om tegenstellingen te overbruggen.]

Toen de Gelukzalige dit alles gezegd had, omhelsde Hij hen allen terwijl hij zei: “Vrede zij met u. Ontvang mijn vrede in je binnenste.
Kijk uit dat niemand jullie misleidt door te zeggen:’ Zie daar is het’ of ‘Zie hier is het’, want de mensenzoon is in jullie binnenste. Volg hem. Zij die hem zoeken, zullen hem vinden. Gaat dan heen en verkondig het Evangelie van het rijk Gods.
[ Met andere woorden: God is in je binnenste te vinden.]

(Blad 9) Stel geen enkele regel meer vast dan wat ik voor jullie bepaald heb en stel ook geen wet op zoals de wetgever doet, opdat jullie er niet door gevangen gehouden worden”. Nadat hij dit alles gezegd had, ging hij weg.

Hoofdstuk 5

Maar zij, bedroefd als ze waren, huilden erg en ze zeiden: “Hoe zullen we naar de volken gaan en het evangelie van het rijk van de Mensenzoon verkondigen? Als ze hem niet gespaard hebben, hoe zullen ze ons dan sparen?’

Toen stond Maria op, omhelsde hen allen, en ze zei tot haar broeders: “Huil niet en wees niet bedroefd. Blijf niet twijfelen tussen het een en het ander, want zijn genade zal met jullie allen zijn en jullie beschermen. Laten we liever zijn grootheid prijzen, omdat Hij ons heeft voorbereid. Hij heeft ons tot mens gemaakt!”.
Toen Maria deze dingen zei, richtte zij hun harten naar de Goede toe en ze begonnen te spreken over de woorden van de Verlosser.

(Blad 10) Petrus zei tegen Maria: “Zuster, we weten dat de Verlosser jou meer liefhad dan de rest van de vrouwen. Vertel ons de woorden van de Verlosser, die jij je herinnert. (5) Al die dingen die jij weet en wij niet. Ook die we zelf niet gehoord hebben.”

Maria antwoordde en zei: “Wat voor jullie verborgen is, zal ik jullie vertellen”. En ze begon en zei tegen hen deze woorden:
“Ik, – zo sprak ze – Ik zag de Heer in een visioen en ik zei tegen hem: ‘Heer ik zag U vandaag in een visioen’.
Hij antwoordde tegen mij: ‘Gezegend ben je, omdat je niet wankelt wanneer je Mij ziet. Want waar je kenvermogen is, daar ligt de schat’.
[Kenvermogen is niet het denk-vermogen, het intellect. Het is het vermogen waarmee je “kennis hebt aan”, zoals twee geliefden kennis hebben aan elkaar. Met het kenvermogen zien we visioenen.]

Ik zei toen tegen hem: ‘Heer, wie een visioen ziet, ziet die nu met de ziel of met de geest?’
De Verlosser antwoordde en zei: ‘Hij ziet niet met de ziel en ook niet met de geest, maar met het kenvermogen, dat zich tussen die twee bevindt. Dat vermogen ziet het visioen en is […]

(De bladen 11-14 ontbreken, op blad 15) … de Begeerte zei: “Ik heb jou op weg naar de aarde niet gezien, maar nu zie ik je op weg naar de hemel. Hoe kun je mij zo bedriegen, terwijl je me toebehoort?”
De ziel antwoordde, ze zei: “Ik heb jou gezien. Jij hebt mij niet gezien en mij niet herkend. Ik was voor jou als kleding en je kende me niet”. Toen ze deze dingen gezegd had, ging ze zeer verheugd weg.
[Mogelijk beschrijft Maria Magdalena hoe haar ziel in het visioen een spirituele zoektocht aflegt. Begeerte kan een mens vasthouden: niet durven loslaten wat losgelaten moet worden. Ze stuit op onwetendheid, dat is wanneer spanningen en tegenstellingen je gevangen houden, dat je niet begrijpt dat je tegenstellingen moet loslaten. Zij moeten ontbonden worden.]

Weer stuitte ze op een macht, de derde, die onwetendheid genoemd wordt. Die ondervroeg de ziel en zei: “Waarheen ben je onderweg? Door slechtheid werd je gevangengehouden. Ja, je zat gevangen. Oordeel niet.”
En de ziel zei: “’Waarom oordeel je over mij, hoewel ik niet geoordeeld heb? Ik werd gevangen gehouden, hoewel ik niets gevangen gehouden heb.
Ik werd niet erkend, maar ik heb erkend, dat het Al ontbonden wordt, zowel de aardse dingen als de hemelse.”

(Blad 16) Toen de ziel deze derde macht uitgeschakeld had, steeg ze op naar de hemel en zag ze een vierde macht, die zeven gestalten had.
De eerste gestalte is de duisternis, de tweede de begeerte, de derde de onwetendheid, de vierde de opwinding van de dood, de vijfde de heerschappij van het vlees, de zesde de dwaze wijsheid van het vlees en de zevende is de driftige wijsheid.
Deze zijn de zeven [gestalten] van de woede. Ze vragen aan de ziel: “Vanwaar kom je, moordenares of waarheen ben jij onderweg, jij die machten uitschakelt?”

De ziel antwoordde, ze zei: “Wat mij gevangen houdt is verbroken en wat mij in verwarring brengt is overwonnen. En mijn begeerte is vervuld en de onwetendheid is gestorven. In een ogenblik ben ik losgemaakt van de ene wereld (Blad 17) door een andere wereld en uit het ene model door een model dat van de hemel komt. En ben ik los gekomen van de boei van de vergetelheid die tijdelijk is. Vanaf dit moment zal ik stilte en rust krijgen, op dit ogenblik, in alle tijd en eeuwigheid.”

Toen Maria deze dingen gezegd had, sloot ze haar mond, omdat de Verlosser tot hiertoe met haar gesproken had. Andreas gaf nu een antwoord en hij zei tot de broeders: “Zeg, wat denken jullie over de dingen die zij gezegd heeft? Ik tenminste geloof niet, dat de Heiland dit gezegd heeft. Want deze onderwijzingen zijn zeker vreemde ideeën.”

Petrus antwoordde en sprak terwijl hij over deze dingen doordacht. Hij vroeg hun over de Heiland: “Zou hij dit echt persoonlijk besproken hebben met een vrouw? En niet in het openbaar met ons? Moeten wij ons omkeren en allen naar haar luisteren? Heeft Hij haar verkozen boven ons?”
[Petrus trekt haar geloofwaardigheid in twijfel omdat Maria Magdalena een vrouw is.]

(Blad 18) Toen begon Maria te wenen. Ze zei tegen Petrus: “Mijn broeder Petrus, wat denk je dan? Denk je dat ik deze dingen zelf bedacht heb in mijn hart of dat ik over de Heiland lieg?”

Levi antwoordde, hij zei tegen Petrus: “Petrus, je was altijd al een driftkikker. Nu zie ik je tegen deze vrouw tekeergaan, zoals je tegen je tegenstanders tekeergaat. Als de Heiland haar waardig heeft gevonden, wie ben jij zelf dan om haar te verwerpen? Zeker, de Heiland kent haar door en door. Daarom heeft Hij haar meer liefgehad dan ons.

Laten wij ons liever schamen en ons kleden met de volmaakte Mens. Laten we Hem tot ons nemen, zoals Hij ons heeft opgedragen. Laten we het Evangelie verkondigen zonder een andere regel op te stellen en geen andere wet dan die de Heiland heeft gezegd.”
[Nogmaals: wees voorzichtig met regels, voorschriften en leerstellingen.]

(Blad 19) Toen Levi deze dingen gezegd had, begonnen ze uit te gaan om te vertellen en te verkondigen.

Het Evangelie volgens Maria.

Zijspoor

Bij mijn  pensionering mocht ik van de Maria Magdalena parochie waar ik werkte een extra editie van het parochieblad verzorgen. Het werd een glossy over Maria Magdalena. De gehele extra editie is nog steeds te downloaden bij de parochie Maria Magdalena.

 

 

 

 

 

Print Friendly, PDF & Email