[Verzameling van mijn gedichten op deze website]

Stil om mij

Jouw woorden omarmden mijn zwijgen
toen je nog leefde;
dagelijks met mij sprak
of je zielsgeheimen voor mij uitvouwde
en zelfs wanneer je tegen mij schreeuwde.

Nu jouw huid in de aarde ligt
en de grond jouw klank verstomt,
knijpt mijn keel dicht:
wie deelt nu mijn woorden,
omsluit mijn stilte?

Nu jouw klank steeds meer overgaat in stilte,
is het jouw zwijgen die mij spreekt.
Het blijft zoveel van liefde
waarmee ik het moet doen.

© Adrie Lint
8 Februari 2020

 

De kleur van herinnering

De klok van mijn geheugen begint met een brandweerwagen.
Ik scheur hem over de Delfts blauwe tegels van de keukenvloer.
Au, het brandweerkind botst tegen het rode fornuis.
Veel later zag ik het onomwonden: de vloer was zwart, de kachel ook.
Het geheugen liegt dat het barst.

Herinneren maakt leugentjes om bestwil.
Vader voor de tv kijkt naar de kleurenvlakjes van het testbeeld.
Au, in het echt waren die zwart-wit.
Wat een knappe moeder op haar statige trouwfoto.
Maar de rode blos op haar wangen doet haar niet vergeten.

Het gebruik van kleuren lapt elk innerlijk huis op
Ze maken elke ziel tot een prachtschilderij,
Au, ze worden telkens opnieuw in het geheugen gebeiteld.
Elke dag krijgen onze herinneringen steeds meer kleur.

© Adrie Lint
6 April 2020

 

Afspraak met het leven

14.30 uur, ik heb geen afspraken; niets
is er in mijn elektronische agenda vastgelegd.
Toch slenter ik langs de bosrand tegen ze aan:
een veld dovenetels begroet mij met witte knoppen.

Zij mogen je geen hand geven
en ik heb het lef niet om ze eens goed vast te pakken.
Misschien zijn het prikkende brandnetels.
Op water, in een vaasje zijn ze gauw weer weg.

Zo is het leven,
Vastgrijpen steekt als de dood,
Dovenetels in bloem verlichten de pijn.
Ik laat het, dus ik besta.
Tijd van leven hoor ik nooit tikken;
zij geschiedt zonder uurwerk.

© Adrie Lint
19 Aril 2020 (Corona-tijd)

 

Bijkans verdronken

Te overmoedig stap ik door het zoete water,
nog een schoolkind ben ik van amper zeven.
Wil zielsgraag zwemmen in het ondiepe ven,
tot mijn dragende grond onderuit gaat.

Mijn ogen zien troebel, groen en geel
oren dicht, longen barstensvol,
mijn armen slaan traag om mij heen:
de dreiging wegschuiven gelukt niet

Het watervolume drukt boven op mij,
ondoordringbaar stokt het de adem;
zie ik alleen de weerschijn van de zon
en daardoor ben ik niet bang.

Het heeft mij vertrouwen gegeven,
een leven lang. Godzijdank.

© Adrie Lint
3 Mei 2020

 

Pinksteren 2020

Jouw heengaan zat mij al voortijdig op de huid
gehecht, nog vóór je was gestorven.
Ik wist het in de afgronden van mijn hart
en jij nam het wonderlijk voor lief en vrede.

Wat een zwaar gewicht om te moeten zeggen:
het geluid staat uit, het beeld staat stil.
Jij blijft die jonge meid voor mij.
Geen wandelingen meer met een grijze dame.

Nu ligt het lijf onder dor zand bedolven.
Het vervaagt, vergaat tot stof.
Geen adem meer voor huid en botten.
Alleen het gras bij het graf blijf ik water geven.

De aarde lost haar op, zij spreekt in alle talen.
Donzen veertjes liggen luchtig op haar gras.

© Adrie Lint
1 juni 2020

 

Akker van doden

Hier, voor haar venster, is aarde gewijd,
wordt leven vertaald naar herinnering.
en grote geheimen stilletjes aan elkaar verteld.
Zo komt de diepte van de aarde uit in de hemel.

Het felle hemellicht maakt de akker schraal.
De grond boven haar voeten wordt droog.
Heel vroeger gaf zij het water aan onze bloemen.
Nu blijft het ongemakkelijk behelpen.

Godsakker: zegen van boven voor haar graf.
Zouden doden groeien in de grond, wortel slaan?
Moeder aarde lost een lichaam op.
Zoals water dragen naar de zee.

De kleur van aarde blijft dieprood,
haar lievelingskleur.

© Adrie Lint
25 juni 2020

 

Zomergedicht:

Wolken uit Wouw

Voor het eerst ontwaarde ik ze in Wouw.
Het Angelusklokje mocht de entree inluiden.
Mijn ogen op een kiertje voor het zonlicht.
Toen zag ik ze vliegen in de lucht:
de watjes uit de oren van God.
Of waren het veertjes van engelen in de rui?
Zonder tegenwind vlogen ze mijn ziel binnen.

Nog zie Ik ze over de schorren van de Schelde gaan,
waar de zee hen opneemt in haar armen;
een berglandschap van grijstinten.

Ik zie ze op Vlieland met zwarte stippen
van de grauwe ganzen die verstoppertje spelen.
Je hoort ze kwaken: “Ik ben er!”

Ik zie de witte reuzen In Denemarken.
Niet te geloven hoe die giganten over duinen scheren.
Zo hoog, gaat mijn vliegertje niet op.

Ik zie ze vliegen boven New York,
Luchtkastelen imposanter dan wolkenkrabbers.
Alleen dreigen ze hoogstzelden.

En bij slecht weer,
hoef ik maar te kijken in mijn ziel.
Zet ik de deur op een kier
en de witte donzen vliegen mij tegemoet.

© Adrie Lint
22 Juli 2020

 

Vandaag, 8 december, een jaar geleden stierf Annemiek

wat jij ervan zou zeggen

sinds je uit het zicht verdween
vraag ik me nog altijd af
wat jij ervan zou zeggen

want uit het hart is godsonmogelijk
ik blijf je nog aldoor horen
in de melodie van voorbij
maar jouw woorden mis ik zo

een vermoeden wat je zeggen zou
maar dát blijft meer dan ooit open
geen tegenover meer
die mij gaat verrassen

voor het raam bloeit de winterjasmijn
zij heeft nog nooit zo geel gestaan
ik weet wat jij mij zou verzekeren:
“goed snoeien” – jouw hele kunst

heb jij in onze jaren veel afgesneden
van jezelf, misschien ook van mij?
“we hebben wel gebloeid”
en meer hoefde je niet te zeggen

dus witte rozen, schuin afgesneden
heb ik op jouw graf te ruste gelegd
voor liefde die luistert
in de richting waar ik ga

zo heb ik onze eettafel een kwart gedraaid
“onk!” was jouw uitdrukking daarvoor
en wat jij er nu van zou zeggen:
doe het maar

© Adrie Lint
8 december 2020

 

Print Friendly, PDF & Email